Duurzaamheid en wijn: biologische wijnbouw, wat is dat?

 


 


 

De essentie van biologische landbouw (en dus ook wijnbouw) is het niet gebruik maken van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest en ervoor zorgdragen dat het natuurlijk evenwicht in stand wordt gehouden, via een gezonde biodiversiteit en een biologisch actieve bodem. 

 

 

 

 

 

 

Zo laat de biologische wijnboer bijvoorbeeld kippen rondlopen in de wijngaard om schadelijke larven op te eten en zorgt hij ervoor dat in de wijngaard bloemen groeien die nuttige insecten en vogels lokken, die op hun beurt de schadelijke insecten opeten. Onkruid mag gewoon groeien in de biologische wijngaard, want dit bevordert de biodiversiteit.

Een enigszins controversieel (maar wel toegestaan) punt is het feit dat de biologische wijnbouw wel gebruik mag maken van kopersulfaat om bladschimmels (zoals valse meeldauw) en rot in de wijngaard te bestrijden.
Het koperdeel van dit middel is uiteraard een metaal, dus het voelt voor velen vreemd aan dat dit biologisch toegestaan is. Maar het is ook een metaal dat, mits in kleine hoeveelheden, noodzakelijk is voor organismen. Bij langdurig gebruik van kopersulfaat, zouden koperresten (in het bovenste deel van de bodemlaag, zeg 50 centimeter) kunnen ophopen en daarmee schadelijk kunnen worden. Verder onderzoek zou hiervoor bewijzen moeten kunnen leveren.

En uiteindelijk resteert natuurlijk de vraag: welk alternatief is én effectief én minder milieubelastend?

   

Er worden diverse specifieke planten in de wijngaard aangeplant (zogenaamde ‘groenbemesters’) die uit de lucht stikstof, een van de belangrijkste voedingsstoffen voor planten (in dit geval de druivenranken), kunnen binden om zodoende af te geven in de wijngaard. Voorbeelden hiervan zijn diverse soorten klavers (hopklaver, rolklaver, witte en gele klaver), luzerne en wikke. 

In combinatie met het gebruik van natuurlijke compost vervalt hierdoor de noodzaak om kunstmest te gebruiken om de voedingsstoffen in de bodem aan te vullen. Maar niet bovenmatig, de druif is immers een woekerplant en het is van belang dat de druivenrank moet ‘werken’ om via de wortels de benodigde voedingsstoffen op te nemen. Bij een te overdadige groei zou te veel energie naar ranken en bladeren, en niet naar de druif gaan. Bovendien zou de wijnboer moeten ingrijpen (snoeien, ontbladeren) om te corrigeren en het evenwicht te herstellen.

Meestal wordt er in biologische wijngaarden volledig handmatig gewerkt, om te voorkomen dat tractoren de grond samendrukken en daarmee de bodemstructuur negatief wordt beïnvloed. Als gevolg daarvan kan bijvoorbeeld regenwater gemakkelijker in de grond trekken en worden vastgehouden. Het bodemleven behoudt ook een beter organisch evenwicht.

Maar ook wordt er op een biologische manier gevinifiëerd (wijn gemaakt). Het werken in de wijnkelder valt namelijk ook onder de biologische certificering. Het toevoegen van sulfiet bijvoorbeeld, om de houdbaarheid van de wijn te vergroten, is beperkt toegestaan (beperkter dan bij de traditionele wijnbouw).
Bij het klaren van de wijn (het binden van vaste deeltjes die na het vergisten in de wijn achterblijven) zijn er zelfs biologische wijnboeren die ook veganistisch werken door niet te kiezen voor de traditionele manier van klaren (met dierlijke eiwitten), maar voor alternatieven zoals bijvoorbeeld bentoniet klei of, zonder hulpstoffen, door middel van het verlagen van de temperatuur.

Wat levert een biologische wijn uiteindelijk op?
Mits goed gemaakt (maar geldt dat niet altijd?) een kwalitatief mooie wijn. Maar ook een verantwoord gemaakte duurzame wijn. Die door al het handwerk en het gebruik maken van andere middelen dan (meestal) goedkope chemicaliën een hogere kostprijs heeft en dus ook een hogere verkoopprijs nodig heeft om de wijboer economisch verantwoord te kunnen laten produceren.
En tegelijkertijd sociaal en ecologisch verantwoord, in alle opzichten echt duurzaam. Smaakt dat niet extra goed?!

 

© 2020 - 2021 Erasmus Wijnen | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel

Om deze webwinkel te bezoeken moet u 18 jaar of ouder zijn.