Wijnjaar 2021: een jaar om niet snel te vergeten

Waarschijnlijk is 2021 het voorlopig lastigste wijnjaar van deze eeuw.
Vorst, hagel, peronospera (valse meeldauw), oïdium (echte meeldauw), Kirschessigfliege (Suzuki’s fruitvlieg), botrytis (grauwe schimmel van de onedele soort) en weer hagel hebben er inmiddels voor gezorgd dat veel wijnboer(inn)en nu al aan het eind van hun Latijn zijn, en dan is de oogstperiode nog niet eens begonnen.

   

Sterker nog, dit jaar ligt de rijping van de druiven ruim twee weken achter op het gemiddelde van de laatste tien jaar. Zo’n ontwikkeling doet denken aan vervlogen tijden, de jaren tachtig van de vorige eeuw en verder terug. Het is maar de vraag hoeveel van wat er nu nog hangt straks een rijpe en kerngezonde oogst – Lesegut – gaat opleveren. Vast staat wel dat de Duitse wijnhuizen beduidend meer Sekt zullen produceren dan doorgaans het geval is. Immers, om de frisheid van de bubbels te waarborgen, worden de grondwijnen voor de Sekt gemaakt van druiven die niet door en door rijp mogen zijn. Lagere mostgewichten betekenen minder verlies aan appelzuren die de wijn hun frisheid verlenen. "Elk nadeel heb z’n voordeel."

Aan het begin van het jaar was het weer zomers te noemers, met een (te) vroeg begin van de jaarlijkse vegetatieperiode. Late vorst heeft daarop veel gezwollen knoppen in hun wolstadium kapot gemaakt; die kleuren dan zwart en vallen af.  De reserve-ogen liepen later uit en zo vertraagde de hele gang van zaken. In de lente en zomer was het dit jaar dan eigenlijk weer te nat, waardoor de druifjes er al snel mooi vol en rond uitzagen, alsof ze al veel verder waren in de rijping dan ze daadwerkelijk waren. Dat kwam omdat ze zo veel water hadden opgezogen. Bij zulke druiventrossen is het dan een kwestie van tijd voordat de druivenhuid scheurt en de grijze rot vrij spel krijgt. Het probleem speelt wat minder bij druiventrossen waarbij de druifjes relatief ver van elkaar zitten (lockerbeerig) of deels met een luchtdrukontbladerer uit de druiventrossen zijn geschoten, maar helemaal voorkomen doe je het nooit. Daarnaast is warm én vochtig weer de ideale voedingsbodem voor peronospera en oïdium, valse en echte meeldaauw, die dit jaar voor nog grotere verliezen zorgen dan in 2016, vooral ook omdat nu het warme, natte weer tot zo laat in het seizoen aanhoudt. 

Hoewel ook de conventionele boeren dit jaar de dans niet ontspringen, is het vooral de biologische wijnbouw die het vreselijk lastig heeft. Sommige wijnboeren weten niet eens meer te  vertellen hoe vaak zij met Bordelese pap, een mengsel van kopersulfaat en kalk, en in water opgeloste preparaten van bakpoeder (oïdium) of gesteentemeel (peronospera) hun wijngaarden bespoten hebben, zo vaak zijn ze door de rijen gegaan. En dan ben je net klaar met sproeien, begint het (weer) te regenen en kan je van voren af aan beginnen. Sisyfusarbeid. Sowieso zorgt de vele regen ervoor dat de wijngaarden gevaarlijk zijn om te berijden en soms zelfs ronduit onbegaanbaar worden, helemaal wanneer er stro ligt waaronder het water zich kan verzamelen. Maar na elke geslaagde sproeigang groeien er weer nieuwe bladeren die een tijdje van infectie gespaard blijven, net lang genoeg om door fotosynthese de opbouw van suikers in de druiven weer een stap verder te brengen. Daarom ook worden de wijnstokken momenteel niet gegipfelt, afgetopt, om zoveel mogelijk van de jonge blaadjes te behouden. Dit is nu extra belangrijk omdat de druivenzone, daar waar de de druiventrossen hangen, vrijwel overal volledig van zijn bladeren ontdaan is, dikwijls zelfs aan beide zijden van de wijnstok. Dit om de zonne-instraling te bevorderen en het klimaat voor de Kirschessigfliege zo onaangenaam als mogelijk te maken. Die houden namelijk niet van hitte. Het enige risico bij volledige ontbladering is zonnebrand, beschadiging van de druiven door de zon. Maar veel zon hebben we dit jaar helaas niet gezien.

Nee, dan hagel, de meest unfaire bedreiging die er is, want hagel is altijd lokaal, treft alleen maar die paar wijnhuizen en laat de andere ongemoeid. Ten zuiden van Heilbronn of rondom Maikammer bijvoorbeeld.

   

Dan zien de trossen er uit als boksers na een verloren wedstrijd, overal blauwige vlekken van kapotgeslagen druifjes, voorbode voor nog meer botrytis. Wegsnoeien, met pincetten stoeien, wat werkt dan nog? Het betekent in elk geval nog meer sproeien, nog langere dagen in de wijngaarden. 

Al is het momenteel “niet zo leuk om wijnboer te zijn” en staan de wijngaarden er soms troosteloos bij, met verdroogde zwarte trosjes en bruin geworden bladeren, toch hebben de meeste wijnboeren goede hoop dat het nog wat wordt dit jaar. En dat verklaart ook meteen waarom het humeur van de meeste wijnboeren nog zo goed is. Al is de kans daarop niet al te groot, toch hoopt iedereen dat het vanaf nu tot en met de oogstperiode droog blijft. Zo niet, dan moet je het gelaten nemen en roeien met de riemen die je hebt. Uiteindelijk zijn de uitdagingen van dit jaar niet wezenlijk anders dan die van alle andere jaren. Dat maakt het ook zo spannend. Zoals Fabian Lassak treffend zei, draait alles precies daarom dat je de bijzonderheden van een jaargang later in de wijn op fles kunt (terug)proeven. Sommige wijnboeren prefereren zelfs de ‘kleinere’ jaren, andere verwachten zelfs een goed jaar voor de Rieslings en Spätburgunders, met lage alcoholpercentages en mooie zuren. En mocht de oogst wat kleiner uitvallen, dan is er meestal nog genoeg reserve van de vorige twee jaren. Het kan ook echt altijd nog slechter, dat heeft de ramp in het Ahrdal helaas iedereen duidelijk gemaakt. 

© 2020 - 2021 Erasmus Wijnen | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel

Om deze webwinkel te bezoeken moet u 18 jaar of ouder zijn.